spacerKinderpaginaVoertuigenPreventieUitrukkenRampenbestrijdingKorpsinformatieNieuwsarchiefKazernes Wijchen-Heumen
 home » Korpsinformatie » Geschiedenis brandweer Wijchen 
Afbeelding Brandweerkorps Wijchen
Lees voor:
 
Afbeelding logo Brandweer Wijchen-Heumen
homesitemaphelpcontact  zoek    

Geschiedenis brandweer Wijchen

We schrijven 1818, de Wijchense gemeenteraad besluit dat er het een en ander geregeld moet worden met betrekking tot de gang van zaken bij brand. Er komt een heus Brandreglement, dat op 3 oktober 1818 in de raad wordt vastgesteld. De eerste vier “brandmeesteren” worden aangesteld en verder wordt er één brandspuit met buizen en emmers, 12 brandhaken en ladders aangeschaft. Kortom, brandweer Wijchen is er in 1818 helemaal klaar voor!

 

“Brand”! Foto van ladderwagen 1985
..... de Nagtwagters of wagtdoende personen zullen moeten uitroepen: Brand! beneven de plaats waar dezelve ontstaan is ..... (art. 3 brandreglement 1818).

Tegenwoordig bellen we 112 en wachten we tot de hulpverlening arriveert. Vroeger was het iets omslachtiger om de juiste mensen op de juiste plaats te krijgen.
In het brandreglement van 1818 is de alarmering als volgt omschreven:

  • onmiddellijk de brandweer en de burgemeester waarschuwen;
  • aan de kerktoren een rode vlag (overdag) of een brandende lantaarns (’s nachts) uithangen in de richting van de brand;
  • luidkeels “Brand”! roepen in de omgeving van de brand;
  • de burgers in de buurt optrommelen (een taak van de tamboers van de schutterij);
  • de grote torenklok luiden, zodat iedereen die gemist kan worden zich naar het brandadres kan begeven.

Tankautospuit 744 uit 1976

De eerste brandweerlieden
..... de directie der Brandspuit zal onder opzigt van den Schout of deszelfs plaatsvervanger worden toevertrouwd aan vier Brandmeesteren ..... (art. 7 brandreglement 1818).

Er worden 4 brandmeester benoemd, zij hebben de operationele leiding in geval van brand en beheren, onderhouden en repareren de brandspuit. Ze mogen zo vaak als ze wenselijk achten oefenen met de brandspuit, waarbij de inwoners van de gemeente bij toerbeurt aanwezig moeten zijn. Oefeningen moeten wel zo veel mogelijk buiten werktijd plaatsvinden. Verder moeten de brandmeesters letten op brandgevaarlijke situaties en die melden aan de burge-meester.

Blussen: iedereen een taak
..... De rijen maken ten einde bekwamelijk de emmers met water naar den brand gebragt, en zonder water terug gezonden kunnen worden, agt gevende dat de zwakste personen aan die zeide worden gesteld, zijnde waar de Ledige Emmers pasfeeren ..... (art. 6 brandreglement 1818).

Brandbestrijding anno 1818 is niet alleen een zaak van de brandweer. Bijna de hele Wijchense gemeenschap krijgt een taak toebedeeld bij het beperken en blussen van brand.
Het gemeentebestuur moet zich verzamelen in het gemeentehuis om van daaruit orders te geven. De burgemeester moet naar het brandadres om er op toe te zien dat de orders uitge-voerd worden. Burgers en leden van de rustende schutterij moeten zich in rijen opstellen voor het transport van de brandemmers. Sterke mensen moeten de volle emmers doorgeven. De wat minder gespierden mogen aan de kant staan waar de lege emmers langskomen.
De leden van de schutterij moeten de brandladders en brandhaken plaatsen. Ook moeten ze bluswater scheppen en/of pompen.

Iedereen die in de buurt van de brand woont moet direct een vat met bluswater voor de deur zetten en zorgen dat het vat vol blijft. Ook moet iedereen zijn put of waterreservoir onvoor-waardelijk ter beschikking stellen. Wie in de buurt van het brandspuithuisje woont en paarden heeft, moet deze paarden beschikbaar stellen voor het vervoer van de brandspuit.
Timmerlieden, metselaars en dakdekkers moeten het dak van het brandende pand op om brandschade te voorkomen en te beperken.

Tankautospuit 745 uit 1965

Niet meewerken? Dokken!
..... een ieder zal zig hebben hebben te wagten van eenige Brandgereedschappen agter te houden ofte verbergen, wordende elk en een iegelijk speciaal gelast, dadelijk aangeving te doen van het geene ter zijne kennis zoude mogen komen, bij contraventie op poene van correctioneele straffe ..... (art. 19 brandreglement 1818).

Wie niet meewerkt of de kantjes eraf loopt in geval van brand, kan rekenen op forse boetes (om u een indruk te geven: een gemiddeld maandsalaris bedroeg in die tijd ƒ 25,00) of zelfs gevangenisstraf. De boetes worden in de gemeentekas gestort om de kosten voor onderhoud en reparatie van de brandspuit te dekken.
Wat voorbeelden van boetes bij ‘onwillig of zuigmatig’ gedrag:

  • te laat op de oefening verschijnen ƒ 0,50;
  • geen vat met bluswater ter beschikking stellen ƒ 3,00;
  • niet in het bezit zijn van een brandemmer ƒ 3,00;
  • de rijen voor het transport van brandemmers zonder geldige reden verlengen ƒ 8,00;
  • schoorsteen niet halfjaarlijks vegen ƒ 10,00;
  • geen paarden ter beschikking stellen voor het vervoer van de brandspuit ƒ 10,00;
  • toegang weigeren tot je pomp, put of waterreservoir ƒ 12,00;
  • brandweergereedschap achterhouden of stelen, of daarvan geen aangifte doen: gevangenisstraf!

Stoffel uit 1954

Kordaat optreden wordt beloond
Uiteraard wordt kordaat en vooral snel optreden “vorstelijk” beloond.

  • Wie het eerst met z’n paard(en) de brandspuit naar het brandadres heeft gebracht, krijgt ƒ 6,00 mits de brandspuit daadwerkelijk ingezet is.
  • Wordt de spuit niet gebruikt, dan geldt een beloning van ƒ 3,00.
  • Wie het eerst met de grote brandhaak arriveert, kan rekenen op ƒ 2,00; de tweede op ƒ 1,00 en de volgende zes op ƒ 0,60.
  • Blijkt het gebruik van de haken niet nodig, dan krijgt een ieder de helft van deze bedragen.

Overigens worden deze premies alleen uitgekeerd als alle spullen weer netjes opgeruimd en teruggebracht worden.
En de brandmeesters zelf? Die moeten ervoor zorgen dat de brandspuit in goede staat verkeert. In ruil daarvoor worden ze enkele dagen per jaar vrijgesteld van gemeente diensten.

In de loop van de 19e eeuw (1842, 1856) wordt het Brandreglement voor de gemeente Wij-chen regelmatig herzien. Brandbestrijding wordt meer en meer een taak van speciaal daarvoor aangestelde brandweerlieden. Brandmeester krijgen een soort van ‘uniform’: ze zijn te herkennen aan ‘eene blauw lakensche of lederen pet, gemerkt met zilverdraad’. De Wijchense brandweer krijgt een wat professioneler aanzien.

Het ‘brandwezen’ wordt dan ook als volgt ingericht.
Het personeel bij de blusmiddelen bestaat uit:

  • een brandmeester;
  • onderbrandmeesters;
  • pijpvoerders;
  • pompers;
  • slangendragers;
  • lantarendragers
  • brandwachten.

Bij brand wordt dus niet meer zomaar Jan en Alleman ingezet. Brand wordt meer en meer een zaak van de brandweer!


Gepubliceerd op 23 september 2009
            terug | print | stuur door | 
terug | omhoog | print | stuur door |