Vervolgens is het mogelijk dat u, ook al moet u een bouwvergunning aanvragen,
toch vrijgesteld wordt van bodemonderzoek. Door ondergenoemde stappen te
doorlopen weet u of u al dan niet een bodemonderzoek moet aanvragen. U dient dan
zelf een bodemonderzoeksbureau te benaderen. Stap 1: Indien u een van de volgende vagen met ja beantwoordt, hoeft
u geen bodemonderzoek uit te laten voeren. Ga anders naar stap 2.
- U vraagt vergunning aan voor een bouwwerk geen gebouw zijnde.
- U vraagt vergunning aan voor een bouwwerk dat de grond niet raakt.
- U vraagt vergunning aan voor een bouwwerk waar nagenoeg niet voortdurend
personen verblijven (niet langer dan 2 uur per dag).
- U vraagt vergunning aan voor een vergunningsplichtig bouwwerk dat naar aard
en omvang overeenkomt met een meldingsplichtig bouwwerk.
Stap 2: Indien u een van de volgende vragen met ja beantwoordt ,
hoeft u geen bodemonderzoek uit te laten voeren. Ga anders naar stap 3.
- Het bouwwerk waarvoor u vergunning aanvraagt heeft een oppervlakte kleiner
dan 50 m2 en de locatie is niet verdacht.
- Het bouwwerk waarvoor u vergunning aanvraagt betreft een tijdelijk bouwwerk
en de locatie is niet verdacht.
Om te kunnen bepalen of de locatie waarop u wilt bouwen verdacht is, kunt u
contact opnemen met de gemeente. Stap 3: Indien u een van de volgende vragen met ja beantwoordt ,
hoeft u geen bodemonderzoek uit te laten voeren. Ga anders naar stap 4.
- Er zijn historische onderzoeksgegevens bekend die uitwijzen dat de locatie
niet verdacht is. De historische bodemgegevens moeten voldoen aan de gestelde
eisen.
- U beschikt over een geschikt bodemonderzoeksrapport dat uitwijst dat de
locatie onverdacht is. Het bodemonderzoek moet voldoen aan de gestelde eisen.
Deze gegevens kunnen ook bij de gemeente bekend zijn. Neem hiertoe contact op
met de gemeente. Stap 4: U hebt geen van de bovengenoemde vragen met ja kunnen
beantwoorden
U dient een verkennend bodemonderzoek te laten uitvoeren. Het bodemonderzoek
dient te worden uitgevoerd door een gecertificeerd bodemonderzoeksbureau.
Een bodemonderzoek is nodig om te kunnen bepalen of de kwaliteit van de bodem
voldoende is voor hetgeen men er mee wil doen (bijvoorbeeld bebouwen, bij
grondtransacties, wijzigen van een bestemmingsplan, activiteiten uitvoeren
waarvoor een vergunning Wet milieubeheer nodig is of het saneren van een tank).
Bodemonderzoek is dus nodig om te voorkomen dat u straks op een sterk
verontreinigde bodem gaat bouwen met alle risico’s van dien. Het doel van een verkennend bodemonderzoek volgens NEN5740 is met en relatief
geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op een bepaalde locatie
bodemverontreiniging aanwezig is. Voordat een verkennend bodemonderzoek wordt
uitgevoerd is het verplicht eerst een vooronderzoek te laten uitvoeren conform
NVN5740. Stap 5: Er worden verontreinigingen aangetroffen hoger dan de
tussenwaarde
De tussenwaarde is een waarde die een bepaalde mate van bodemverontreiniging
aangeeft. In het geval de resultaten van het verkennend onderzoek uitwijzen dat
er sprake is van bodemverontreiniging en de aangetroffen gehalten in de grond of
grondwater de toetsingswaarde voor ander onderzoek overschrijden (is de
tussenwaarde) moet een nader onderzoek worden uitgevoerd. In het nader onderzoek wordt vastgesteld:
- De aard en concentratie van de verontreinigende stoffen en de omvang van de
bodemver-ontreiniging.
- Het feit dat er sprake is van ernstige bodemverontreiniging en daarmee de
noodzaak tot sanering.
- De urgentie van de sanering en daarmee het tijdstip waarop de feitelijke
saneringsmaatregelen worden genomen.
Indien de gevonden verontreinigingen beneden de tussenwaarde blijven kan voor
wat betreft bodem de bouwvergunning worden verleend. Stap 6: (Vermoeden van) ernstige bodemverontreiniging
Indien uit het nader onderzoek blijkt dat de bodem ter plaatse ernstig
verontreinigd is dan wordt de beslissing op de aanvraag bouwvergunning
aangehouden.
Indien op andere wijze dan via het in te dienen bodemonderzoeksrapport bekend is
dat de bodem ter plaatse ernstig verontreinigd is (bijvoorbeeld op basis van
eerder verricht bodemonderzoek of historisch onderzoek), zal ook in de aanvraag
om een lichte bouwvergunning van de aanvrager een bodemonderzoek worden
verlangd. Er is sprake van ernstige bodemverontreiniging wanneer de bodem zodanig
verontreinigd is dat de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens,
dier of plant, ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. In de praktijk
betekent dit dat voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie gemeten in
de grond minimaal 25 m3 bodem of gemeten in het grondwater minimaal 100 m3 bodem
hoger dient te zijn dan de zogenaamde Interventiewaarde.
In de praktijk betekent het bovenstaande doorgaans dat een rapport van een
saneringsonderzoek en/of saneringsplan moet worden ingediend. Stap 7: Aanhoudingsregeling artikel 52a Woningwet
De beslissing op een aanvraag om bouwvergunning wordt aangehouden
indien er geen grond is de bouwvergunning te weigeren en uit het
bodemonderzoeksrapport blijkt dat de grond ter plaatse van het te realiseren
bouwwerk in zodanige mate is verontreinigd dat overeenkomstig de Wet
bodembescherming sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Hoewel bij aanvragen voor een lichte bouwvergunning geen bodemonderzoek hoeft te
worden ingediend is de aanhoudingsregeling ook op deze aanvragen van toepassing
indien anderzijds redelijk vermoeden bestaat dat sprake is van een ernstig geval
van bodemverontreiniging.
De aanhouding duurt totdat het bevoegd gezag met het saneringsplan heeft
ingestemd of heeft vastgesteld dat geen sprake is van een ernstige
verontreiniging. |