Pagina opties

Groter
A A

Geschiedenis van de gemeente

De gemeente Wijchen telt ongeveer 41.000 inwoners, waarvan er ruim 33.000 in de kern Wijchen wonen. Naast het dorp Wijchen bestaat de gemeente uit Alverna, Balgoij, Niftrik, Batenburg, Hernen, Leuk en Bergharen. De gemeente kent deze samenstelling sinds 1984, toen de gemeenten Batenburg en Bergharen bij de gemeente Wijchen werden gevoegd als gevolg van een gemeentelijke herindeling. De totale oppervlakte van de gemeente Wijchen is sindsdien 6.956 hectare. Op de site van spannende geschiedenis vindt u nog veel meer informatie. 

Hieronder ziet u een filmpje van en over de gemeente Wijchen.

Hieronder vindt u meer informatie over de geschiedenis van Wijchen en de kernen, herdenkingsmonumenten in Wijchen en informatie over de Kleine Elst. 

Historie de Kleine Elst

De oude waterloop van de Kleine Elst markeert de historie van Wijchen. Op oud kaartmateriaal is te zien dat de Kleine Elst langs het kasteel Wijchen voer en nabij Hernen ‘aantakte’ op het Wijchens Maasje richting Bergharen. De namen van verzorgingshuis ‘de Elsthof” en de Elstweg verwijzen nog naar de oude rivierloop.

Informatiezuil

De gemeente Wijchen wil de bijzondere waarde van de Kleine Elst voor Wijchen laten zien om de herinnering aan deze voor Wijchen belangrijke waterloop levend houden. Daarom heeft de gemeente besloten een informatiezuil in de kasteeltuin te plaatsen. Dit is vlakbij de plek waar de Kleine Elst heeft gelopen. Op de informatiezuil is de vermoedelijke en deels ondergrondse loop van de Kleine Elst zichtbaar.

Meer informatie

Meer informatie is te vinden op de site Spannende Geschiedenis.

Herdenkingsmonumenten

In Wijchen zijn een aantal herdenkingsmonumenten. De meeste herinneren aan gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog.

Liberation Route Europe

De Liberation Route volgt het pad dat de geallieerden bewandelden tijdens de bevrijding van Europa. De route begint bij Normandië en loopt via Noord-Brabant, Nijmegen, Arnhem en de Zuid-Veluwe richting Berlijn. Deze gebieden speelden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog een hoofdrol op het wereldtoneel.

Luisterkei nr 1 ligt aan de Kasteellaan voor de gracht van het Kasteel. Deze kei maakt onderdeel uit van de Liberation Route. Op de website www.liberationroute.com vindt u alle informatie over de Nederlandse Liberation Route.  Daar u kunt ook de tekst van de Wijchense kei beluisteren of downloaden.

Alverna

Alverna dankt zijn naam aan het gelijknamige Franciscaner klooster dat hier in 1888 werd gebouwd.

De naam is geïnspireerd door Monte La Verna, de Italiaanse berg waar de heilige Franciscus de stigmata ontving. Het monumentale klooster is nog geen eeuw later, in 1980, gesloopt. Het enige dat er nog van rest is de torenspits en de oude tuinmuur. Nu staat er een flat.

In Alverna staat de korenmolen 'Schoonoord' uit 1857, gebouwd in Zieuwent in de Achterhoek en rond 1890 naar deze plek verplaatst. Achter de molen liggen urnenvelden uit de vroege ijzertijd (1100-500 voor Christus). De plaatselijke bevolking had geen idee hoe die aardewerken potten in de grond waren gekomen en noemde ze vol ontzag erdmennekespötjes. Toen duidelijk werd dat het urnengraven waren met mogelijke waardevolle bijgiften, ging men massaal over tot strooptochten. Met lange stokken werd in de grond geprikt tot men 'krak' hoorde. Dat betekende: 'raak'. In het beste geval belandde zo'n vondst in handen van kousenfabrikant Frans Bloemen, die het ruilde voor kousen en sigaren. De oudheidkundige collectie die Frans Bloemen op deze manier aanlegde, is nu te zien in Museum Kasteel Wijchen. Aan de oostkant van de Graafseweg door Alverna lag een graf-veld uit de Romeinse tijd. In de buurt moeten in die tijd ook mensen hebben gewoond. Het was een ideale locatie, want de Graafseweg was net als nu een doorgaande route. Misschien woonden er Bataven. Een deel van het hier gevonden Romeinse grafveld is overigens nog steeds in gebruik als begraafplaats.

Langs de Graafseweg staat een monument ter nagedachtenis van het bezoek van koningin Wilhelmina en Prins Hendrik tijdens de watersnood van 1926. De Maasdijk bij Overasselt bezweek, waardoor vrijwel het hele Land van Maas en Waal onder water kwam te staan. Hoe groot het overstromingsgebied was, blijkt wel uit de plek van het monument: toen de koningin en haar gemaal het rampgebied per boot bezochten, kwamen ze, komend vanuit het zuiden, op dit punt aan land.

Batenburg

Foto Batenburg met kerk op achtergrond

Batenburg ligt op een strategische plaats langs de Maas en kent een roerig verleden.

Naam Batenburg

De naam zou verwijzen naar Bato, de stamvader van de Bataven, die hier volgens de legende een versterking zou hebben gesticht. Volgens diezelfde legende heeft hier in de Romeinse tijd een tempel gestaan. Tijdens de middeleeuwen werd een sterk kasteel aangelegd, dat de stad groot en machtig maakte. Na verwoestingen van achtereenvolgens Alva (1569), Maurits (1600) en de Fransen (1794) is Batenburg er niet meer bovenop gekomen: het nam in betekenis af en sluimerde in. Paradoxaal ge-noeg heeft het daardoor de eigen identiteit én haar monumenten kunnen behouden. Het is een soort openluchtmuseum geworden: de straten en huizen zijn pittoresk en de kasteelruïne is een pronkstuk van romantiek.

De katholieke kerk werd geplunderd

De machtige Heren van Batenburg waren rechtstreeks ondergeschikt aan de Duitse keizer en hebben zich dan ook met veel geestdrift afgezet tegen de hertogen van Brabant en Gelre. Vanaf ongeveer 1317 was het gezag over Batenburg in handen van de familie Van Bronkhorst, die zich daarna ook Heren van Bronkhorst-Batenburg gingen noemen. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog koos kasteelheer Herman van Bronckhorst partij voor de protestantse rebel Willem van Oranje. In 1566 brak de Beeldenstorm uit en liet Herman de katholieke kerk van Batenburg plunderen, nota bene de kerk van zijn eigen onderdanen. Daarmee gaf hij een lichtend voorbeeld aan zijn vier zoons, die zich eveneens vol passie in de geloofsstrijd stortten en de kerken van Horssen en Bergharen probeerden te plunderen. Helaas liep het met de zoons niet goed af. Dirk en Gijsbert sloten zich aan bij het Verbond der Edelen om een vuist te vormen tegen de groeiende macht van de Spanjaarden. Ze werden echter gegrepen en samen met hun beroemde collega’s Egmond en Hoorne in 1568 op de markt van Brussel onthoofd. Hun broer Willem schopte het tot veldheer van Willem van Oranje, maar liep bij de slag om Haarlem in een hinderlaag en werd vermoord. Karel tenslotte werd in 1580 in Keulen neergestoken door een Spanjaard.

Na de Tweede Wereldoorlog

Het Batenburgse kasteel en de overige landerijen van de heerlijkheid zijn, als erfenis van de onafhankelijke status, lange tijd Duits bezit gebleven. Pas na afloop van de Tweede Wereldoorlog in 1945 is het bezit door de Nederlanders geconfisqueerd.

Bergharen

Bergharen ligt tegen een rivierduin dat deel uitmaakt van een hele reeks rivierduinen, van Heumen tot Horssen.

Het is opgewaaid uit de drooggevallen bedding van de Maas aan het einde van de laatste ijstijd, zo'n tienduizend jaar geleden. Aan de locatie van al deze rivierduinen, op de rechter-oever van de Maas, is nog goed herkennen dat de ijzige wind destijds uit het zuidwesten kwam. Als het om windrichting gaat, is er in tienduizend jaar niet veel veranderd. Opvallend van de Bergharense rivierduin is dat de oorspronkelijke paraboolvorm nog goed te herkennen is. Zo'n parabool- of hoefijzervorm ontstaat doordat de wind het zand als het ware voor zich uit duwt. Het hoefijzer is relatief vlak aan de binnenkant, maar steil aan de randen. Dezelfde vorm zien we bij zandduinen in de woestijn.
De rivierduin ademt overal cultuurhistorie. Het meest in het oog springt molen De Verrekijker. Deze is in 1905 gebouwd door de plaatselijke molenmaker Willem Coppes, met onderdelen van andere molens uit de omgeving. Het wielenkruis komt zelfs helemaal uit de Zaanstreek. Op deze plek stond zeker al in 1313 een molen, eigendom van de Cisterciënzers van klooster Altkamp in Duitsland. Behalve de molen bezaten de Cisterciënzers ook een uithof (kloosterboerderij) op de plek van de onlangs gesloopte boerderij Munnikhof. Hun kloostergoed behoort tot de oudste van het Land van Maas en Waal.

Naast de molen ligt sinds de 14e eeuw een openbare bidplaats waar een houten beeld wordt vereerd van Maria met de overleden Jezus op haar schoot (een pièta). Dit beeld komt uit de ateliers van de Nederrijnse school en wordt gezien als het oudste van ons land. De bedevaarten waren een doorn in het oog van de protestanten. In 1621 dwongen ze de Cisterciënzers te vertrekken, hun goederen werden verkocht en de kapel gesloopt. Maar de bedevaarten stopten niet. Op de plaats van de kapel plantte men een linde, die bijna driehonderd jaar het centrum werd van de bedevaarten. De linde werd gezien als koortsboom: als je daarin een reepje van de kleding van de zieke hing, zou de patiënt snel genezen. In de 20e eeuw werd een nieuwe kapel gebouwd. De eveneens nieuwe toegangspoort is gebouwd met stenen uit de fundamenten van het vroegere kasteel Balgoij. In mei vindt elk jaar een belangrijke Maria-processie plaats.

Vlakbij Bergharen ligt een grote terp met daarop boerderij de 'Kloosterhof'. Hier stond in de middeleeuwen het klooster O.L. Vrouwenberg, beter bekend als O.L. Vrouw op de Holtmeer. Het klooster was oorspronkelijk een Franciscaner nonnenklooster, gesticht door Dirck van Bronkhorst, heer van Batenburg (1400-1451). Diens zoon Gijsbrecht veranderde het in 1444 in een Franciscaner broederklooster, aangesloten bij het kapittel van Utrecht. Het was een belangrijk klooster met vele bezit-tingen in de omgeving. In 1547 werd hier nog het zogeheten Verdrag van Holtmeer afgesloten, dat de verhoudingen regelde tussen de boven- en benedendorpen inzake de afwatering van het gebied tussen Maas en Waal. Vier jaar later werd het klooster geplunderd. In de daarop volgende Tachtigjarige Oorlog werd het klooster opnieuw slachtoffer van gewelddadigheden, dit keer van de strijd tussen de Spanjaarden en troepen van Maurits van Nassau. Het klooster raakte daarop in verval en werd begin 17e eeuw gesloopt. Wat overbleef zijn de boerderij en enkele hardnekkige legendes over witte spoken, een begraafplaats met rechtop staande geraamtes en in één nacht uitgeroeide Tempeliers.

Temidden van de beboste rivierduinen van Bergharen, die duidelijk afsteken tegen de lage komgrond, lag vanaf 1326 één van de belangrijkste rechtsgebouwen in het Land van Maas en Waal. In de buurt van het gerechtshuis werden executies uitgevoerd. De lijken van de misdadigers bleven na de executies nog een tijdje hangen aan de galg, ‘anderen ten afschuwelijken exempel’. Het laatste doodvonnis op de Galgenberg is op 1795 voltrokken wegens roofmoord. De Galgenberg lag tegenover de boerderij die dienst deed als gerechtsgebouw en de enigszins cynische naam 'Heuvelsrust' droeg.

Balgoij

Foto dorpje Balgoij

Bij Balgoij brak in 1926 de dijk door en liep het hele Land van Maas en Waal onder.

Koningin Wilhelmina

Twee dagen later kwam koningin Wilhelmina in hoogst eigen persoon naar het rampgebied. Vanaf een roeiboot gaf ze opdracht om de koeien en paarden onder te brengen in de kerk van Balgoij.

Ingenieur Lely

Om dit soort overstromingen tegen te gaan, maakte ingenieur Lely een plan om de Maas te kanaliseren. Dat had hij niet van een vreemde, want Lely was de zoon Cornelis Lely, geestelijk vader van de Afsluitdijk en de drooglegging van de Zuiderzee. De kanalisering van de Maas bestond onder andere uit de aanleg van de sluis bij Grave en het rechttrekken van grote meanderbochten. Het werd uitgevoerd als werkverschaffingsproject in de jaren dertig. Het gehucht Keent is daardoor plotseling ten zuiden van de Maas komen te liggen, terwijl het vroeger op de noordoever lag. Bovendien werd het Gelderse Keent ineens Brabants.

In 1993 en 1995 stond het water van de Maas tot bovenaan de dijk. Sindsdien is de dreiging van overstromingen weer actueel. Rijkswaterstaat neemt daarom opnieuw de Maas onder handen. Over een traject van 222 kilometer worden tot 2015 allerhande maatregelen genomen. Zo wordt de dicht gegooide Maasbocht van Keent weer uitgegraven en wordt 70% van alle oevers omgevormd tot natuurvriendelijke oevers. Die maatregelen zorgen voor een daling van het waterpeil met 8 cm. Tegelijk krijgt de natuur een grote impuls. Vijfhonderd meter stroomafwaarts, in de volgende afgesneden Maasbocht - nu een jachthaven - zijn in 2008 al bevers gesignaleerd.

Oude heerlijkheid

Balgoij is overigens een oude heerlijkheid, een voormalig bezit van de graven (later hertogen) van Kleef. De graven wilden hun invloed in het Land van Maas en Waal uitbreiden en bouwden rond 1360 een machtig kasteel. In 1672 werd het door de Fransen verwoest. Er is nu niets meer van te zien helaas.

Hernen - Leur

Hernen en Leur zijn kerkdorpen in de gemeente Wijchen en worden vaak in een adem genoemd.

De autosnelweg A50 loopt vlak langs de dorpen. De omgeving is bosrijk. Deze bossen liggen op oude rivierduinen van de rivier de Maas.

De belangrijkste gebouwen in Hernen zijn: de Sint Judocuskerk van architect P. Th. Stornebrink, Kasteel Hernen uit de 14e eeuw en een beltmolen uit 1745.

In Leur zijn de belangrijkste bezienswaardigheden de oude dorpskerk - deels romaans, deels gotisch - en het Huis te Leur, een buitenplaats uit 1778. Verder zijn er in Leur een aantal boerderijen die op de monumentenlijst zijn geplaatst.

Niftrik

Niftrik

De naam Niftrik, vroeger Nijfterik, betekent 'nieuwe oversteek', wat duidt op een doorwaadbare plaats in de rivier.

Strategische plaats

Omdat de Maas sinds mensenheugenis ook een grensrivier is, is zo'n oversteekplaats uiterst strategisch. Dat bleek in de 14e eeuw, toen de Gelderse hertog Willem van Gulik aanspraak maakte op Brabantse bezittingen en daarom zonder pardon de vestingstad Grave had be-zet. De energieke, eigenzinnige hertog had meteen ook maar de machtige Franse koning de oorlog verklaard. Brabant probeerde Grave terug te veroveren via een belegering, maar dat liep uit op een mislukking. Daarom probeerde de Brabanders de stad via een achterdeur te veroveren. In 1388 stak een leger van 10.000 man bij Niftrik de Maas over. Willem van Gulik was echter op de hoogte gebracht van het plan. In alle haast bracht hij 300 ruiters bij elkaar en reed in volle galop vanuit Nijmegen naar de plaats des onheils. Onder het voortdurend roepen van de strijdkreet 'Gelre! Gelre!' stortte de Geldersen zich zonder vrees in het strijdgewoel. Voor de Brabanders was de verschijning van de hertog met zijn ruiterij totaal onverwacht. Er brak paniek uit, velen sloegen op de vlucht en duizenden Brabanders verdronken in de Maas onder het gewicht van hun bepantsering.

Actie door de Franse Koning

Aangezien Brabant destijds een bondgenoot was van Frankrijk, was het nu de beurt aan de Franse koning om in actie te komen. Hij stuurde een prestigieuze legermacht van honderdduizend man naar Gelre. De Vlaamse steden weigerden de soldaten echter doorgang, zodat het leger zich dwars door de Ardennen moest ploeteren. 2500 man waren voortdurend bezig om door het dichte woud een pad te hakken. Geteisterd door slecht herfstweer kwam het leger gedemoraliseerd aan bij de grens van Gelre, waar ze hun kamp opsloegen. Tot een gevecht kwam het echter niet, want hertog Willem bood de Franse koning zijn excuses aan en beloofde Grave terug te geven aan de Brabanders. Daarmee was de hele kwestie simpel opgelost en droop het Franse leger weer af.

Ter nagedachtenis aan zijn overwinning bij de Maas liet hertog Willem bij Niftrik een kapel bouwen. Waar die kapel heeft gestaan, weet niemand meer. Maar de plek van de veldslag wordt nog altijd levend gehouden door de naam van boerderij De Strijdtkamp, tussen de verkeersbrug en de spoorbrug.

Gemeente Wijchen

Een rijke en veelbewogen geschiedenis, klassieke en moderne kunst, gevarieerde natuur én gastvrijheid, dat is Wijchen! Zie in dit kader ook de promotiefilm van en over de gemeente.

De gemeente Wijchen heeft prachtige kastelen, monumentale panden en gevarieerde natuur. Maar ook bedrijvigheid en moderne voorzieningen naast de charme en schoonheid van het platteland. Wijchen heeft het allemaal.

De gemeente Wijchen ligt in het Tweestromenland, een oud cultuurlandschap ingeklemd tussen de Waal in het noorden en de Maas in het zuiden. De bewoning in het Land van Maas en Waal is vooral te vinden op hoger gelegen stroken grond. In het zuiden is dat het Wijchens rivierduin. Dit bestaat uit stuifzand, dat vlak na de ijstijd uit de droge rivierbedding is gewaaid. Dit gebied was reeds in de prehistorie bewoond. De Romeinen legden hier grote landbouwcomplexen aan met luxe villa’s. Wijchen was een inheems Romeinse nederzetting van regionale betekenis. Daarna namen de Merovingers deze positie over. In de middeleeuwen werden de verhoudingen in de samenleving grimmiger en werden veel gebouwen versterkt. Zo ontstonden burchten, kastelen, hofsteden en versterkte boerderijen.

De oude bewoningsgrond is nog goed in het landschap te herkennen: de wegen lopen er kronkelend en we komen er de oudste monumenten tegen. Hier is ook de landelijke sfeer behouden gebleven. We vinden er vele oude dorpjes, kastelen, molens, torens en boerderijen terwijl de slingerende bandijken verrassende vergezichten bieden. De bedrijvigheid in dit gebied is altijd afhankelijk geweest van wat de rivier te bieden heeft: klei. De kleiige bodem zorgde voor het ontstaan van veel kleine gemengde agrarische bedrijven. In de woelige geschiedenis van het Tweestromenland is er vooral veel strijd geweest tegen het water. Sinds het begin van de bedijkingen in 1321 zijn er 125 jaartallen bekend waarin het Land van Maas en Waal geteisterd is door overstromingen.

Het afwisselende landschap tussen Maas en Waal leent zich bij uitstek voor ontdekkingstochten te voet of op de fiets. Ontdek het gebied via de Cultuurhistorische fietsroute Tweestromenland of de Romeins Bataafse fietsroute ‘Oase tussen de klei’. Met de route Wandelen in Wijchen ontdekt u te voet de rijke cultuurgeschiedenis van het centrum van Wijchen. Het rijke verleden van de streek is te bezichtigen in Museum Kasteel Wijchen en Kasteel Hernen en het pittoreske monumentale stadje Batenburg met haar molen en fraaie kasteelruïne. Ook de dorpen Leur, Balgoij, Niftrik, Alverna en Bergharen zijn een bezoekje meer dan waard.