Toespraak Dodenherdenking 2026
4 mei 2026
Op maandagavond 4 mei vonden in onze gemeente herdenkingen plaats in Wijchen, Niftrik, Bergharen en Batenburg. Tijdens deze herdenkingen zijn toespraken gehouden ter nagedachtenis aan de slachtoffers van oorlog. Op deze pagina kunt u die toespraken teruglezen. In Wijchen, Niftrik en Bergharen werd dezelfde toespraak voorgelezen door de wethouders. In Batenburg sprak de burgemeester een eigen toespraak uit.
Toespraak dodenherdenking 2026 - Wijchen, Niftrik en Bergharen
Een cel is maar twee meter lang
en nauw twee meter breed,
wel kleiner nog is het stuk grond
dat ik nu nog niet weet,
maar waar ik naamloos rusten zal,
mijn makkers bovendien,
wij waren achttien in getal,
geen zal den avond zien.
—Passage uit verzetsgedicht Het lied der achttien dooden, Jan Campert 1941
Op de Korte Pas, in Wijchen Noord, woonde Paul Giesbers met zijn gezin. Hij stond bekend als Pauke d’n Bels en had een kleine bakkerij en boerderij. Pauke deed zijn bijnaam eer aan door verzet te plegen. Hij hield oogst achter en gaf die aan de ondergrondse, zodat het voedsel bij onderduikadressen terechtkwam. Zelf had hij ook onderduikers op zijn boerderij, mensen die waren gevlucht voor de Arbeidseinsatz. Het verzetsnetwerk in Wijchen functioneerde goed, maar gevaar was nooit ver weg.
Wanneer de molenaar van de Oude Molen een groep Duitsers zag naderen via het spoor, wist hij dat er een razzia aankwam. Snel zette hij de wieken in de afgesproken waarschuwingsstand. Zo werden verzetsleden gewaarschuwd, die hun onderduikers vervolgens de bossen en weilanden instuurden. Velen bleven zo uit handen van de bezetter.
Hoewel de Duitsers deze methode niet doorhadden, hadden ze wel vermoedens waar onderduikers zaten. Tijdens zo’n razzia stond de bezetter, vermoedelijk na verraad, dan ook bij Pauke op de stoep. ‘Meekomen’, was de boodschap. Giesbers werd naar Kasteel Wijchen gebracht en in de cel gegooid. De koppige man weigerde te praten. Als repressiemiddel werd zijn tienerdochter Clien Giesbers naar het Gestapohuis in Nijmegen gebracht en ondervraagd. Echt bewijs ontbrak. Dit wisten de Giesbers, en beiden hielden stand.
Hun moed en standvastigheid hebben waarschijnlijk hun eigen leven en dat van hun onderduikers gered. Voor hen liep de oorlog goed af.
Maar dat is niet voor iedereen het geval geweest. Verzetsmensen als Pater Sebald Linders, Wiel Grooten, Herman Jeurissen en burgemeester van Bergharen Luske werden ontdekt, gearresteerd en overleefden de oorlog niet. De één werd gefusilleerd, de ander kwam om in een concentratiekamp, bezweken onder de verschrikkingen aldaar. En waarom? Omdat zij weigerden toe te geven aan onderdrukking. Omdat zij hun normen en waarden niet wilden verloochenen. Omdat zij opkwamen voor hun medemens en voor wat juist was.
Vandaag herdenken we hen, en alle andere slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van oorlogssituaties nadien. De doden eren. Hun verhalen vertellen. Hun herinneringen laten voortleven. Dat is wat we samen vandaag doen. Wat zij ons mee hebben gegeven, bevat belangrijke lessen. Strijden voor waar je in gelooft. Strijden voor vrijheid. Ieder op zijn eigen manier.
In de wereld van vandaag zijn deze lessen van onschatbare waarde. Door de onrust van vandaag de dag, staan onze normen en waarden onder druk. Het verlies van vrijheid, groeiende intolerantie, apathie en angst zijn ontwikkelingen die ons allen raken en steeds zichtbaarder worden. De spanningen in de wereld, waarbij ook Nederland niet buiten schot blijft, en de hybride dreigingen waarmee wij worden geconfronteerd,
maken duidelijk dat waakzaamheid geboden is.
Dat vraagt van ons allen dat wij, ieder op onze eigen manier, opstaan om onze normen, waarden en vrijheden te beschermen. Want niets is zo sterk als een verenigd volk. Een volk dat zich uitspreekt, samenkomt en zich verzet wanneer dat nodig is. Daarom is het van groot belang dat we onze ogen en oren openhouden en onjuiste zaken durven te benoemen. Wees ook waakzaam voor desinformatie. Al sinds jaar en dag is desinformatie een middel om onrust te creëren. Ook nu wordt het weer ingezet, als onderdeel van hybride dreigingen. Moderne technologieën zoals AI maken het eenvoudiger om verwarring te veroorzaken. Zo wordt propaganda en manipulatie nog altijd als machtsmiddel gebruikt.
Daarbij wordt ook de geschiedenis verdraaid. Zo worden er vraagtekens gezet bij de Holocaust en de mate van verzet tegen de bezetter. Een verschrikkelijke, zorgwekkende ontwikkeling. Juist daarom blijft een dag als vandaag belangrijk.
Een dag waarop we herdenken en niet vergeten.
Het helpt ons alert te blijven.
Laten we de verhalen en lessen van het verleden blijven toepassen. Lessen die zijn vastgelegd in gedichten van Jan Campert, in ooggetuigenverslagen en in de verhalen van het verzet. Laten we ze gebruiken om onze vrijheid te beschermen en herhaling van de geschiedenis te voorkomen. Herdenken is niet alleen terugkijken, het is ook bepalen wat wij vandaag met die lessen doen.
We mogen van elkaar verschillen: in doen en laten, in geloof en levensovertuiging. Maar laten we elkaar niet uit het oog verliezen. Laten we ervoor zorgen dat zij die hun leven hebben gegeven, dat niet voor niets hebben gedaan.
Vandaag herdenken en eren wij hen, en zijn wij dankbaar voor de lessen die zij ons hebben nagelaten. Laten wij hun herinnering levend houden. Niet alleen in woorden, maar in daden, vandaag en elke dag. Zoals Jan Campert in zijn gedicht schreef;
Ik was een man, een mensch als gij,
maar minder nog misschien;
toch streed ik voor mijn land en vrij
van wat ik had gezien.
En daarom, volk, dat ik bemin,
laat mij niet vruchtloos gaan,
maar strijd, opdat gij later kunt
in vrijheid verder gaan.
Toespraak dodenherdenking 2026 - Batenburg, door burgemeester R. Helmer-Englebert
Een cel is maar twee meter lang
en nauw twee meter breed,
wel kleiner nog is het stuk grond
dat ik nu nog niet weet,
maar waar ik naamloos rusten zal,
mijn makkers bovendien,
wij waren achttien in getal,
geen zal den avond zien.
—Passage uit verzetsgedicht Het lied der achttien dooden, Jan Campert 1941
Het was 1943 toen het Joodse echtpaar Ies en Miriam Spangenthal in Batenburg aankwam. Aanvankelijk zouden ze maar een paar dagen blijven. De familie Van den Bovenkamp, die hen hielp onderduiken, had immers al andere onderduikers in huis. Toch bleven Ies en Miriam uiteindelijk noodgedwongen tot de bevrijding. Hun schuilplaats bevond zich hier, in de Sint Victorkerk. Onder de vloer had meneer Van den Bovenkamp een verborgen ruimte gemaakt. Tijdens kerkdiensten zaten ze op zolder, waar ze door kieren in het hout konden meekijken.
Het gevaar was echter nooit ver weg. Als het gevaarlijk werd, legde mevrouw Van den Bovenkamp een witte zakdoek op de stoel bij het raam, zodat de familie Spangenthal wist dat ze zich schuil moest houden. Dit ging lange tijd goed, tót iemand uit de stad de verzetsleden wilde verraden. Hij stelde een brief op aan de Duitse Ortskommandant. Daarin noemde hij specifiek de familie Van den Bovenkamp en mevrouw Gerritsen, die eveneens veel onderduikers hielp. Ook schreef hij dat de burgemeester en een politieman op de hoogte waren.
De brief ging op de bus en het onheil was nabij. Maar de postbode rook onraad en onderschepte de brief. Die bereikte zijn bestemming nooit.
Daarmee zijn veel levens gered. Voor hen en de vele andere onderduikers die Batenburg had liep de oorlog goed af. Maar dat is niet voor iedereen het geval geweest. Verzetsmensen als Pater Sebald Linders, Wiel Grooten, Herman Jeurissen en burgemeester van Bergharen Luske werden ontdekt, gearresteerd en overleefden de oorlog niet. De één werd gefusilleerd, de ander kwam om in een concentratiekamp, bezweken onder de verschrikkingen aldaar. En waarom? Omdat zij weigerden toe te geven aan onderdrukking. Omdat zij hun normen en waarden niet wilden verloochenen. Omdat zij opkwamen voor hun medemens en voor wat juist was.
Vandaag herdenken we hen, en alle andere slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van oorlogssituaties nadien. De doden eren. Hun verhalen vertellen. Hun herinneringen laten voortleven. Dat is wat we samen vandaag doen. Hetgeen zij ons mee hebben gegeven, vormt belangrijke lessen. Strijden voor waar je in gelooft. Strijden voor vrijheid. Ieder op zijn eigen manier.
In de wereld van vandaag zijn deze lessen van onschatbare waarde. Door de onrust van vandaag de dag, staan onze normen en waarden onder druk. Het verlies van vrijheid, groeiende intolerantie, apathie en angst zijn ontwikkelingen die ons allen raken en steeds zichtbaarder worden. De spanningen in de wereld, waarbij ook Nederland niet buiten schot blijft, en de hybride dreigingen waarmee wij worden geconfronteerd, maken duidelijk dat waakzaamheid geboden is.
Dat vraagt van ons allen dat wij, ieder op onze eigen manier, opstaan om onze normen, waarden en vrijheden te beschermen. Want niets is zo sterk als een verenigd volk. Een volk dat zich uitspreekt, samenkomt en zich verzet wanneer dat nodig is. Daarom is het van groot belang dat we onze ogen en oren openhouden en onjuiste zaken durven te benoemen. Wees ook waakzaam voor desinformatie. Al sinds jaar en dag is desinformatie een middel om onrust te creëren. Ook nu wordt het weer ingezet, als onderdeel van hybride dreigingen. Moderne technologieën zoals AI maken het eenvoudiger om verwarring te veroorzaken. Zo wordt propaganda en manipulatie nog altijd als machtsmiddel gebruikt.
Daarbij wordt ook de geschiedenis verdraaid. Zo worden er vraagtekens gezet bij de Holocaust en de mate van verzet tegen de bezetter. Een verschrikkelijke, zorgwekkende ontwikkeling. Juist daarom blijft een dag als vandaag belangrijk. Een dag waarop we herdenken en niet vergeten. Het helpt ons alert te blijven.
Laten we de verhalen en lessen van het verleden blijven toepassen. Lessen die zijn vastgelegd in gedichten van Jan Campert, in ooggetuigenverslagen en in de verhalen van het verzet. Laten we ze gebruiken om onze vrijheid te beschermen en herhaling van de geschiedenis te voorkomen. Herdenken is niet alleen terugkijken, het is ook bepalen wat wij vandaag met die lessen doen.
We mogen van elkaar verschillen: in doen en laten, in geloof en levensovertuiging. Maar laten we elkaar niet uit het oog verliezen. Laten we ervoor zorgen dat zij die hun leven hebben gegeven, dat niet voor niets hebben gedaan.
Vandaag herdenken en eren wij hen, en zijn wij dankbaar voor de lessen die zij ons hebben nagelaten. Laten wij hun herinnering levend houden. Niet alleen in woorden, maar in daden, vandaag en elke dag. Zoals Jan Campert in zijn gedicht schreef;
Ik was een man, een mensch als gij,
maar minder nog misschien;
toch streed ik voor mijn land en vrij
van wat ik had gezien.
En daarom, volk, dat ik bemin,
laat mij niet vruchtloos gaan,
maar strijd, opdat gij later kunt
in vrijheid verder gaan.