Veelgestelde vragen
Op deze pagina vindt u de meest gestelde vragen over de aanleiding, vragen over de techniek en de planning en veiligheid.
Lees op de pagina meedenken de vragen over meedenken en op de pagina feiten en cijfers de vragen over Feiten en Cijfers.
Heeft u een andere vraag?
Neem dan contact met ons op.
Vragen over de aanleiding
Hieronder kunt u de meest gestelde vragen over de aanleiding vinden.
Waarom wil de gemeente de openbare verlichting aanpassen?
Daar zijn verschillende redenen voor. In 2050 wil de gemeente, net als alle andere gemeenten in Nederland, klimaatneutraal zijn. Dat betekent dat we de opwarming van de aarde niet erger maken met alles wat we doen. Om de straatlantaarns te laten branden is veel elektriciteit nodig. Dat zorgt voor uitstoot van broeikasgassen en dat willen we voorkomen. Ook kost energie veel geld. De inwoners betalen daarvoor samen alle kosten. Het is dus verstandig om de kosten zo laag mogelijk te houden.
Op veel plaatsen in de gemeente zijn de lampen verouderd. Ongeveer 1/3 deel van alle lantaarnpalen is heeft al LED-verlichting. Dat betekent dat 2/3 deel nog duurzaam moet worden gemaakt. Minder licht in de avonduren is ook beter voor de natuur en gaat lichtvervuiling tegen.
Wat is er gedaan met de resultaten uit de pilot in Woezik?
De pilot in Woezik heeft veel waardevolle informatie opgeleverd, ondanks dat er in het begin fouten zijn gemaakt in de uitvoering en communicatie.
De gemeente heeft de ervaringen uit de pilot goed bekeken en besproken met de leefbaarheidsgroep Woezik. Ook is er een extern adviesbureau gevraagd om het plan van de gemeente en een alternatief plan van de bewoners te beoordelen. Dit bureau heeft daarnaast een eigen voorstel gedaan.
De belangrijkste lessen uit de pilot zijn:
- Inwoners moeten vanaf het begin goed betrokken worden.
- Sociale veiligheid moet een belangrijkere rol spelen.
- Er moet duidelijker worden vastgelegd hoeveel licht nodig is per gebied.
Op basis van deze inzichten is een plan van aanpak gemaakt. Hierin staat hoe de verlichting de komende jaren in de hele gemeente wordt aangepakt. In Woezik, Saltshof en De Veenhof blijven de meeste lichtmasten staan en worden alleen de lampen vervangen door energiezuinige ledlampen. Er worden dus minder ingrijpende veranderingen gedaan dan eerst gepland.
Is de verlichting aangepast vanwege bezuiniging, duurzaamheid of andere redenen?
De verlichting wordt aangepast voor meer duurzaamheid, minder lichtoverlast, goede veiligheid én efficiënt gebruik van geld. Het is dus meer dan alleen bezuinigen.
Waarom worden lantaarnpalen verwijderd of uitgeschakeld?
De gemeente verwijdert of schakelt lantaarnpalen alleen uit als:
- De verlichting niet bijdraagt aan veiligheid
Bijvoorbeeld in achterpaden, natuurgebieden, parken of hondenuitlaatplekken waar weinig mensen komen en geen gevaar is. Daar is verlichting vaak niet (altijd) nodig en levert het vooral onnodig licht op. - Er andere, betere oplossingen zijn
Soms is reflecterende belijning of een licht wegdek genoeg om een veilige situatie te houden, bijvoorbeeld op rustige wegen buiten de bebouwde kom. - Er te veel verlichting is geplaatst in het verleden
In sommige straten staan meer lantaarnpalen dan nodig. Dan bekijkt de gemeente of er masten kunnen verdwijnen zonder dat het onveilig wordt. - De verlichting vervangen wordt
Bij onderhoud of vervanging wordt eerst gekeken of het licht op die plek nog wel nodig is. Als dat niet zo is, wordt de lantaarnpaal weggehaald.
Belangrijk:
De gemeente verwijdert nooit zomaar een lantaarnpaal. Eerst wordt gekeken:
- of het veilig blijft,
- of bewoners er gebruik van maken,
- en of er goede alternatieven zijn.
Als verlichting wordt weggehaald of aangepast, krijgen bewoners altijd vooraf informatie, bijvoorbeeld via een brief of bijeenkomst.
Komt er nog een evaluatie of bijstelling van het beleid?
Ja, de gemeente evalueert het nieuwe verlichtingsbeleid na drie jaar. Deze evaluatie gebeurt samen met inwoners. We kijken dan of het beleid goed werkt, of mensen tevreden zijn en of er aanpassingen nodig zijn.
Technische vragen en planning
Hieronder vindt u de antwoorden op technische vragen en de planning.
Is er een uniforme richtlijn voor de lichtkleur en lichtsterkte?
De gemeente Wijchen gebruikt duidelijke richtlijnen voor lichtkleur en lichtsterkte, maar past deze aan per gebied. Zo is het licht sterk genoeg waar dat nodig is, maar niet onnodig fel of storend. Daarbij wordt maximaal 75% van de landelijke richtlijn gebruikt en kiezen we voor wit licht dat goed zicht geeft.
Hoe bepaalt de gemeente welke lantaarnpalen aan of uit moeten?
De gemeente heeft uitgangspunten opgesteld voor openbare verlichting. Verkeersveiligheid, verkeersdoorstroming, sociale veiligheid, terugdringen van energieverbruik en bescherming van flora en fauna zijn daarin belangrijk. Aan de hand van deze criteria maakt de gemeente een richtlijn voor verschillende soorten gebieden zoals woonwijken, natuurgebieden, hoofdwegen, buitengebied, etc. Daarin staat per type gebied hoe de openbare verlichting eruit komt te zien. Voorbeelden hiervan zijn hoe dicht de masten bij elkaar komen te staan, wat het lichtniveau wordt en wat voor type armaturen er gebruikt worden. Dit plan stemmen we af met inwoners en leefbaarheidsgroepen. We geven vooraf duidelijk aan waarover meebeslist kan worden en waarover niet.
De gemeente wil dat het donker is waar mogelijk en licht waar nodig. Betekent dit dat straks bijna alle verlichting uit is?
Waar in verband met verkeersveiligheid verlichting nodig is, blijft verlichting aan. Dat gebeurt bijvoorbeeld op drukke, doorgaande wegen en op hoofdfietsroutes. Op plekken waar op bepaalde tijden verlichting nodig is, worden bewegingssensoren geplaatst. Dat geldt bijvoorbeeld voor hondenuitlaatplaatsen. Dan is er alleen licht op momenten dat iemand gebruik maakt van de ruimte. Veel plekken worden niet meer verlicht, bijvoorbeeld natuurgebieden en bossen. We gaan ook uitzoeken of het mogelijk is om het licht laat in de nacht minder fel te maken.
Op een deel van de openbare verlichting komt een telemanagementsysteem. Wat is dat?
Met een telemanagementsysteem of TMS kan de gemeente de openbare verlichting op afstand aansturen. Licht kan sterker of minder sterk worden aangezet. Met bewegingssensoren brandt verlichting alleen op momenten dat dit nodig is. Ook kan de gemeente het zien als er ergens iets kapot is. We passen alleen TMS toe op plaatsen waar dat echt meerwaarde biedt. Bijvoorbeeld op een hoofdweg, waar we de verlichting sterker willen laten branden bij een onverwachte noodsituatie.
De gemeente stelt een Lichtkader op. Wat is dat?
Dat is een uitwerking van het reclamebeleid waarin beschreven wordt hoe we met de openbare verlichting omgaan. In het document zijn onder andere eisen opgenomen die we stellen aan gelijkmatigheid van verlichting en minimale helderheid, zodat obstakels goed zichtbaar zijn en weggebruikers de openbare ruimte veilig kunnen gebruiken.
Wat zijn de criteria voor het aanpassen van de verlichting in de straten?
De gemeente past de verlichting in een straat niet zomaar aan. We kijken daarbij naar verschillende dingen. De belangrijkste punten zijn:
- Type gebied
De gemeente wordt opgedeeld in soorten gebieden, zoals woonwijken, drukke wegen, buitengebieden of het centrum. Voor elk type gebied gelden andere regels voor verlichting. In woonwijken is bijvoorbeeld minder licht nodig dan op een druk kruispunt. - Veiligheid
Verlichting moet bijdragen aan de verkeersveiligheid en het gevoel van veiligheid. We zorgen dat obstakels goed zichtbaar zijn en dat er geen plotselinge overgangen van licht naar donker zijn. - Huidige situatie
Als de verlichting oud is of aan vervanging toe is, dan wordt bekeken hoe die het beste aangepast kan worden volgens het nieuwe beleid. - Energie en duurzaamheid
We gebruiken energiezuinige ledlampen. Soms kunnen er ook minder lichtmasten blijven staan, maar dat gebeurt alleen als de veiligheid gewaarborgd blijft. - Meningen van bewoners
We vragen bewoners wat zij belangrijk vinden in hun straat. Die reacties nemen we mee in het plan. - Gelijke aanpak per gebied
Voor de hele gemeente komt één duidelijke aanpak: Het Lichtkader. Daarin staat per type straat wat de richtlijnen zijn, bijvoorbeeld over lichtsterkte en afstand tussen de masten.
Is het mogelijk om verlichting selectief aan te houden?
Is het mogelijk om verlichting selectief aan te houden? Ja, dat kan. De gemeente kijkt per straat of plek of verlichting echt nodig is. Op sommige plekken blijft het licht aan, op andere plekken wordt het gedimd of uitgeschakeld. Dit heet een gebiedsgerichte aanpak.
Voorbeelden van selectief aanhouden:
- In een woonwijk blijft verlichting vaak aan bij kruispunten of drukke looproutes, terwijl het op rustige plekken kan worden gedimd.
- Bij fietspaden, parken of hondenuitlaatveldjes kan gekozen worden voor verlichting met een sensor: het licht gaat aan als er iemand fietst en gaat daarna weer uit.
- In natuurgebieden wordt juist geen verlichting geplaatst, om flora en fauna te beschermen.
Hoe doet de gemeente dat?
- Met ledverlichting en telemanagementsystemen (TMS) kan per lamp bepaald worden hoe fel en hoe lang het licht brandt. Dat doen we alleen op plaatsen waar dat meerwaarde biedt.
- Er wordt gewerkt aan een Lichtkader, waarin per gebiedstype (bijv. woonwijk, buitengebied) staat wat de standaard verlichting is. Afwijken is mogelijk als dat nodig is.
Wordt er nog gekeken naar maatwerk per straat of wijk?
Ja. De gemeente bekijkt per straat of wijk wat echt nodig is aan verlichting. We werken met een gebiedsgerichte aanpak, die we per straat of wijk uitwerken naar de situatie ter plekke. Dat noemen we maatwerk.
Hoe wordt dat gedaan?
- Gebiedsgerichte aanpak
De gemeente maakt verschil tussen gebieden, zoals woonwijken, buitengebied, fietsroutes of het centrum. Voor elk gebied gelden andere richtlijnen. - Inbreng van bewoners
Inwoners mogen meedenken over wat zij belangrijk vinden in hun eigen straat. Bijvoorbeeld: waar zij zich onveilig voelen of waar verlichting juist overbodig is. - Praktische afwegingen per straat
- Staan er al veel masten? Dan wordt bekeken of er minder nodig zijn.
- Is een plek donker, maar voelt het onveilig? Dan blijft of komt er verlichting.
- Zijn er bomen of bochten die licht blokkeren? Dan wordt dat meegenomen.
- Ervaringsgebieden en proefopstellingen
In bepaalde straten wordt tijdelijke verlichting geplaatst, zodat bewoners het verschil kunnen ervaren
Wordt er ook gekeken naar energiezuinige verlichting mét behoud van voldoende licht?
Ja. De gemeente vervangt oude lampen door moderne ledverlichting. Deze lampen:
- Verbruiken veel minder stroom dan oude lampen;
- Gaan veel langer mee (tot wel 25 jaar);
- Geven goed en gericht licht, zodat het op straat helder is zonder dat er licht verspild wordt.
Wat doet de gemeente nog meer?
- De verlichting wordt aangepast aan het gebruik van de plek. Op drukke kruispunten blijft het licht sterker, in rustige straten kan het gedimd worden.
- Sommige lampen krijgen een sensor of worden aangesloten op een telemanagementsysteem. Zo kan het licht feller worden als er iemand langsloopt of -fietst, en daarna weer zachter.
- Alleen plekken waar verlichting echt bijdraagt aan veiligheid krijgen licht. Op andere plekken wordt gekeken naar alternatieven zoals reflectie.
De gemeente houdt rekening met richtlijnen voor lichtsterkte, maar kiest er bewust voor om maximaal 75% van de landelijke norm te gebruiken - mits dat veilig en goed zichtbaar blijft.
Zijn er alternatieven zoals bewegingsdetectie of tijdgestuurde dimming overwogen?
Ja, slimme verlichting met sensoren en dimregelingen wordt toegepast. De gemeente gebruikt deze technieken op plekken waar ze écht iets toevoegen, zonder dat het onveilig wordt.
Wordt er ook rekening gehouden met het sociaal-maatschappelijk ‘kostenplaatje’ van donkerte (zoals zorg, overlast, onveiligheid)?
Ja. De gemeente kijkt niet alleen naar energie of kosten, maar ook naar wat minder licht doet met mensen. Bijvoorbeeld:
- Gevoel van onveiligheid
Sommige bewoners voelen zich onprettig of bang als het te donker is. De gemeente:- Neemt dit gevoel serieus;
- Kijkt per wijk of het veiligheidsgevoel meeweegt in de keuze voor meer of minder verlichting;
- Houdt in woonwijken daarom vaak de lichtmasten wél, en vervangt alleen de lampen.
- Kwetsbare groepen
Er wordt extra gelet op plekken waar ouderen of andere kwetsbare bewoners verblijven. Daar kan de verlichting worden aangepast als dat nodig is voor het gevoel van veiligheid - Overlast of meldingen
Als bewoners aangeven dat ze zich onveilig voelen of dat er overlast is door duisternis, kijkt de gemeente of het beleid moet worden aangepast.
Waarom is verlichting verwijderd op plekken waar zelfs eerder is geconstateerd dat er al te weinig stond?
Verlichting wordt alleen verwijderd als dat volgens het beleid verantwoord is. Daarbij kan het voorkomen dat plekken die eerder als “te donker” zijn ervaren, binnen dit beleid alsnog voldoende worden geacht.
Als u vindt dat de situatie nu onveilig of onprettig is geworden, dan kunt u een melding doen via de website of Buitenbeter.
De gemeente kijkt bij dit soort meldingen opnieuw naar de situatie. Als aanpassing mogelijk is binnen het beleid, wordt die gedaan. Als de gemeente anders beslist dan u had verwacht, laten we u dat ook weten.
Kan de plaatsing van palen aangepast worden als deze voor ramen, opritten of bomen staan?
Ja, soms kan dat. De gemeente probeert bij vervanging van verlichting rekening te houden met bewoners. Dat betekent dat:
- Een paal niet onnodig voor een raam wordt geplaatst.
- Er wordt gekeken of de paal de oprit blokkeert.
- Ook wordt gelet op afstand tot bomen, zodat wortels en takken geen problemen geven.
Wanneer kan het wél?
- Als er ruimte is om de paal een paar meter te verplaatsen zonder dat het lichtbeeld verslechtert.
- Als het praktisch is en de kosten en veiligheid dat toelaten.
Wanneer kan het níet?
- Soms is verplaatsen technisch niet mogelijk, bijvoorbeeld als het elektriciteitsnet het niet toelaat.
- Of als verplaatsen betekent dat de straat onvoldoende verlicht wordt.
Wat kunt u doen als u een probleem ziet?
- Geef het door aan de gemeente via een melding (bijvoorbeeld via BuitenBeter of e-mail).
- De gemeente kijkt dan per situatie of er iets aangepast kan worden.
Wanneer wordt de verlichting in mijn straat of wijk aangepast?
Eerst stellen we het Lichtkader op. Daarna gaan we aan de slag met het aanpassen van de openbare verlichting. Eerst vervangen we de conventionele verlichting voor led. We beginnen in de pilotwijken (Woezik, Saltshof, De Veenhof en het Hof van Hagevoort). Daarna vervangen we verlichting pas wanneer dat aan onderhoud toe is.
Zoals het er nu naar uitziet gaan we pas rond de zomer van 2026 aan de slag met de uitvoering van de werkzaamheden.
Wanneer wordt de conventionele verlichting vervangen voor led?
In de huidige planning wordt in 2026 gestart met het vervangen van de eerste conventionele verlichting voor LED. De werkzaamheden lopen door tot uiterlijk 2029.
Wat is het tijdspad voor vervanging of aanpassing?
- 2025: participatie en proefgebieden
- 2026: start uitvoering per wijk
- 2029: alle oude verlichting vervangen
- 2028/2029: evaluatie samen met inwoners
Vragen over veiligheid
Hieronder leest u de antwoorden op de meest gestelde vragen over veiligheid.
Hoe zit het met de verkeersveiligheid, als er zoveel lichten uit gaan?
Verkeersveiligheid en sociale veiligheid blijven het uitgangspunt. Verlichting is daarbij van belang. Voor het borgen van verkeersveiligheid zijn er echter ook heel veel andere manieren. Dat kan bijvoorbeeld door het wegdek een lichtere kleur te geven, met reflecterende belijning, witte kantmarkering, kattenogen (kleine weerkaatsende markeringen in het wegdek), schrikhekken (rood-witte hekken die wijzen op een situatie op de weg) of bermpaaltjes. Waar verlichting nodig is, blijft deze staan. Het kan wel zijn dat er minder licht brandt dan voorheen, alleen op momenten dat het nodig is.
Is het straks nog wel veilig op straat als de plannen uitgevoerd zijn?
De gemeente zorgt ervoor dat het ook na de aanpassing veilig blijft op straat. We kijken goed naar waar verlichting echt nodig is. Op plekken waar weinig mensen komen of waar verlichting weinig toevoegt, kan het licht (deels) uit. Maar op plekken waar verlichting belangrijk is voor de verkeersveiligheid of het gevoel van veiligheid, blijft het licht aan.
We stellen hiervoor duidelijke richtlijnen op (het Lichtkader) en vragen advies aan deskundigen op het gebied van openbare verlichting. Zo zorgen we ervoor dat de aanpassingen veilig zijn voor iedereen.
Hoe wordt de veiligheid gewaarborgd bij verminderde verlichting?
De gemeente zorgt ervoor dat het ook bij minder verlichting veilig blijft op straat. Veiligheid is en blijft het belangrijkste uitgangspunt bij het maken van keuzes over de openbare verlichting.
We doen dit op de volgende manieren:
- Goede verdeling van licht
We zorgen ervoor dat verlichting gelijkmatig verdeeld is. Zo ontstaan er geen plotselinge overgangen tussen licht en donker, wat als onveilig kan voelen. - Duidelijke regels per gebied
In het nieuwe plan (‘Het Lichtkader’) wordt per type gebied vastgelegd hoeveel licht nodig is. Zo zijn drukke wegen anders verlicht dan rustige woonstraten. Dit voorkomt dat het ergens te donker wordt. - Minder lampen, maar wel goede lampen
Oude lampen worden vervangen door energiezuinige ledlampen. Deze geven beter en gerichter licht. Daardoor is vaak minder licht nodig om toch goed zicht te houden.
Kortom: er wordt bewust gekeken waar verlichting nodig is voor de verkeersveiligheid en het gevoel van veiligheid. Waar minder licht kan, gebeurt dat alleen als het geen risico’s oplevert.
Zijn er alternatieven voor verlichting overwogen die duurzamer zijn zonder op veiligheid in te leveren?
De volgende alternatieven worden ook overwogen bij het uitwerken van een nieuw plan voor openbare verlichting:
Reflecterende markeringen in plaats van licht
- Op plekken waar weinig verkeer is, wordt gekeken of reflecterende belijning, kattenogen of lichte wegdekken voldoende zicht geven. Alleen als dat niet veilig genoeg is, wordt verlichting toegepast.
Sensorverlichting
- Op sommige plaatsen wordt verlichting voorzien van een sensor. Dan gaat het licht alleen aan als er iemand langskomt. Dat bespaart energie én houdt het donker als er niemand is. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij voetpaden, buitengebieden en fietsroutes buiten de kom.
Dimmen van verlichting
- Verlichting wordt standaard na de spits gedimd. In de nacht kan het licht op sommige plekken nog verder worden teruggedimd of zelfs uit, tenzij dat onveilig is.
Geen verlichting waar het niet nodig is
- In natuurgebieden, parken, achterpaden, speelplekken en sommige voet- en fietspaden wordt bewust geen verlichting geplaatst als dat niet bijdraagt aan veiligheid.
Is er onderzoek gedaan naar het effect van minder verlichting op veiligheid?
Ja, er is onderzoek gedaan. Minder verlichting is mogelijk, maar alleen als het veilig blijft. De gemeente zorgt ervoor dat het ook na de aanpassing veilig blijft op straat. We kijken goed naar waar verlichting echt nodig is. Op plekken waar weinig mensen komen of waar verlichting weinig toevoegt, kan het licht (deels) uit. Maar op plekken waar verlichting belangrijk is voor de verkeersveiligheid of het gevoel van veiligheid, blijft het licht aan.
We stellen hiervoor duidelijke richtlijnen op (het Lichtkader) en vragen advies aan deskundigen op het gebied van openbare verlichting. Zo zorgen we ervoor dat de aanpassingen veilig zijn voor iedereen.
Wordt de zichtbaarheid in bochten, op kruisingen en bij oversteekplaatsen voldoende meegewogen?
Ja. De gemeente zorgt ervoor dat kruisingen en oversteekplaatsen goed zichtbaar blijven, vooral waar dat belangrijk is voor de verkeersveiligheid.
Zichtbaarheid is een belangrijk criterium. Bij het bepalen of een plek wel of niet verlicht moet worden, wordt gekeken:
- Is het een drukke oversteek?
- Gebruiken fietsers of voetgangers deze plek veel in het donker?
- Is de situatie zonder licht onduidelijk of gevaarlijk
Elke kruising wordt apart beoordeeld. Als het nodig is voor de veiligheid, blijft of komt er verlichting.
Er wordt niet alleen gekeken of er licht is, maar ook hoe het verdeeld is. Onlogische overgangen tussen licht en donker worden voorkomen.
Soms worden ook kattenogen, witte lijnen of reflecterende paaltjes gebruikt als alternatief voor verlichting, mits dat veilig genoeg is.
Waarom wordt er gekozen voor dimmen?
De gemeente dimt het licht alleen op plekken waar dat veilig kán. Dus niet op plaatsen waar dat gevaarlijk is. Als een plek onveilig is of zo voelt, wordt de verlichting niet zomaar gedimd.
Maar soms lijkt het onveilig, terwijl het dat niet is. De gemeente maakt dan een zorgvuldige afweging.
Waarom dan toch dimmen?
- Energie besparen: dimmen in rustige uren (bijvoorbeeld ’s nachts) bespaart veel stroom.
- Minder lichtvervuiling: te veel licht verstoort dieren, natuur en soms ook de nachtrust van mensen.
- Gezichtsbedrog: fel licht op één plek kan ervoor zorgen dat andere delen juist donkerder lijken. Gelijkmatiger, gedimd licht geeft vaak een rustiger en veiliger beeld.
Hoe beslist de gemeente wat kan?
- Er wordt gekeken naar het soort gebied (woonwijk, doorgaande weg, park, enz.).
- De gemeente volgt richtlijnen en schakelt lichtdeskundigen in.
- Als bewoners aangeven dat ze zich onveilig voelen, kan het plan worden aangepast.
Wat als het toch onveilig voelt?
- Dan kunt u dit melden. De gemeente luistert naar zulke signalen en kijkt of er aanpassingen nodig zijn.
- Soms wordt gekozen voor slimme verlichting, zoals lampen met een sensor die feller gaan branden als iemand in de buurt is.
Is er onderzoek gedaan naar de invloed van verminderde verlichting op het veiligheidsgevoel van bewoners?
Ja. Tijdens de proef (pilot) in een aantal wijken, waaronder Woezik, heeft de gemeente gekeken naar hoe bewoners de verlichting ervaren. Daarbij werd speciaal gelet op het gevoel van veiligheid.
Wat kwam uit het onderzoek?
- Sommige bewoners voelden zich onveilig doordat het te donker was op sommige plekken, of omdat er afwisseling was tussen lichte en donkere stukken straat.
- Er was ook verwarring door storingen in de verlichting tijdens de pilot. Dat zorgde voor extra onrust.
- Bewoners gaven aan dat ze zich onvoldoende betrokken voelden bij de plannen.
- Deskundigen (bureau Montad) concludeerden dat het beleid haalbaar is, maar dat het veiligheidsgevoel zwaarder moet meewegen in de uitwerking.
Wat doet de gemeente met deze inzichten?
- Er komt een nieuw plan (Het Lichtkader) waarin meer aandacht is voor sociale veiligheid.
- In woonwijken worden minder ingrijpende aanpassingen gedaan: lantaarnpalen blijven vaker staan.
- Er wordt geluisterd naar bewoners. Zij mogen vooraf meedenken via participatie.
- Op plekken waar mensen zich onveilig voelen, wordt extra goed gekeken of verlichting nodig blijft.
Wordt bij de keuze voor verlichting rekening gehouden met de woonplek van kwetsbare bewoners
Ja. De gemeente bekijkt per straat of de verlichting past bij de mensen die er wonen. Dus ook als er oudere of kwetsbare bewoners wonen, wordt daar extra goed naar gekeken.
De gemeente past de verlichting aan per situatie. In het gebied rondom een verzorgingstehuis, of bij een school, kan ervoor gekozen worden meer licht te laten staan of minder te dimmen.
De verlichting wordt echter niet aangepast aan een individuele situatie. In het geval van bijvoorbeeld een 91-jarige inwoner die slecht ter been is, gaan we graag in overleg of in- of rondom de woning een aanpassing kan worden gedaan.
Zijn er metingen of observaties uitgevoerd naar de daadwerkelijke impact van verminderde verlichting op verkeersveiligheid?
Er zijn geen metingen gedaan naar ongevallen of snelheid, maar deskundigen hebben beoordeeld of minder licht veilig kan. De gemeente gebruikt hun advies en bewonerservaringen om de verlichting per straat zorgvuldig aan te passen.
Waarom worden fietsroutes en doorgaande paden niet verlicht?
De gemeente verlicht alleen waar dat nodig is voor de veiligheid. Sommige fietsroutes worden dus minder of niet verlicht, en dat heeft deze redenen:
- Minder gebruik in de avond of nacht
Als een fietspad weinig gebruikt wordt in het donker, kiest de gemeente ervoor om het niet of beperkt te verlichten. Dit gebeurt vooral op recreatieve fietsroutes of paden buiten de kom. - Bescherming van natuur en omgeving
Te veel licht is slecht voor dieren, natuur en nachtrust van mensen. Daarom wil de gemeente lichtvervuiling voorkomen. - Alternatieven voor verlichting
Op sommige plekken worden reflecterende belijning, kattenogen of lichter wegdek toegepast. Deze geven voldoende zicht, zonder dat er verlichting nodig is. - Geen meldingen van verkeersonveiligheid
Als er geen ongelukken of klachten bekend zijn over een route, wordt niet automatisch extra verlichting aangebracht. - Beleid: “niet verlichten, tenzij”
Voor fietsroutes buiten de bebouwde kom geldt: geen verlichting, tenzij er echt geen veilig alternatief is.
Wat doet de gemeente wél?
De gemeente bekijkt per route of verlichting toch nodig is. Als bewoners zich onveilig voelen, kunnen zij dat melden. De gemeente kijkt dan opnieuw naar de situatie.
In sommige gevallen wordt gekozen voor slimme verlichting met sensoren (licht gaat aan als er iemand langsfietst).
Worden meldingen van overlast, gevaar of sociale onveiligheid per locatie geëvalueerd en vertaald naar actie?
Ja. Als bewoners een melding doen van overlast, gevaar of een onveilig gevoel op een bepaalde plek, dan kijkt de gemeente daar apart naar.
Wat doet de gemeente met zo’n melding?
Elke melding wordt beoordeeld in de context van de plek:
- Is het een drukke oversteek?
- Gaat het om een plek waar veel mensen zich onveilig voelen?
- Is het donkerder geworden na aanpassing?
Als er iets wordt aangepast, gebeurt dat binnen het vastgestelde beleid.
Als er geen aanpassing komt, krijgt u uitleg waarom.